Ik besef dat ik mijn blog de laatste maand wat heb verwaarloosd, en dat mijn laatste tekst redelijk kortaf is geweest. De reden hiervoor is simpel, ik kan het niet meer beschrijven. Elk woord komt tekort een duidelijk beeld te geven wat ik hier heb meegemaakt. En zeker de laatste maand.
Maar ik besef nog meer dat dit geen waardig afscheid is voor mijn onbeschrijfelijke ervaring. Ik besef ook dat eenmaal thuis, ik niemand zal kunnen uitleggen wat ik voel, en dat ik spijt zal hebben dat ik niet een laatste poging heb gedaan neer te schrijven wattefuck da hier was.
…
Aftellen. De laatste week van april en de eerste weken van mei heb ik even veel naar mijn kalender gestaard dan naar de rest van het gebeuren. Die heerlijke bloedinfectie had mij letterlijk neergekregen en ik zag het niet bepaald zitten hier lekker uit te zieken in de 43 graden, zonder airco, zonder niks. Ik sleepte mijzelf naar mijn werk, waar ik vocht tegen de misselijkheid. Ik sleepte mij naar huis, waar ik vocht tegen de warmte. Ik voelde mij eenzaam, wanhopig. Het was genoeg geweest. Ik maakte vrijdag de beslissing mijn stage stop te zetten, gewoon omdat ik niet meer kon. Helemaal niet zoals ik had gedacht dat het zou verlopen, en met een slecht gevoel – door het plotse vertrek en de laatste onproductieve weken – ging ik naar huis. En wat zou ik doen…
Maar stilaan ging het beter. Ik kreeg eindelijk de kans te bekomen van mijn ziekte, en stilaan genoot ik opnieuw van alles wat Indisch was. Ik had een heerlijke afscheidslunch op mijn werk, waar ze mij prezen voor het werk dat ik heb verricht. Het ECOSOC proces was hen nooit gelukt zonder mijn aanwezigheid, zo waar :-) (even stoefen is me wel toegelaten he). Waar ik voordien als de dood was voor nog meer dahl, paneer en chapati, ging mijn genezing gepaard met steeds meer goesting naar de Indische keuken. En niet alleen dat. Ik hield meer dan ooit van Seema – onze landlady – en haar familie en bewonderde de kracht die ze hadden zich niet te laten neerhalen door de hartverscheurende dingen des levens, waar zij in de loop der jaren mee waren geconfronteerd. Hoe een mens elke dag een dergelijke glimlach op zijn gezicht kan toveren, zonder dat het geluk aan hun zijde heeft gestaan. Ik heb het gezien van dichtbij, en het is onvoorstelbaar. En dan Richa, mijn 26jarige, vooruitstrevende collega, die zich wentelt in een mix van pure progressiviteit en onbegrijpbare spiritualiteit. Die vecht tegen de conservatieve vooropgelegde maatschappelijke regels en zich te pletter amuseert, zonder haar eigen diepgang te verliezen. Het voelen dat zij haar vleugels meer wil spreiden, maar niet kan door de kleine kooi die Delhi haar biedt. Hasbi… de eeuwige vechter, een leven waarvan je vier bestsellers kan verkopen. Waarvan ik alles heb geleerd over het immigratiesysteem in België en nog meer over opgeven… of net niet, wat dat staat niet in zijn woordenboek.
Stap voor stap begon ik mij opnieuw te hechten, en werd ik mij terug bewust van al het onvergetelijke wat er rondom mij aan het gebeuren was.
En nu zit ik hier dan. We hebben een prachttijd gehad, hier. Ergens de tijd van mijn leven, omdat dit alles zo uniek is geweest, en mij zo hard heeft gevormd. Ik heb stuk voor stuk zo’n prachtige mensen leren kennen. En met elk van heb ik momenten meegemaakt die ik nooit meer wil vergeten. Telkens zo’n intense ontmoetingen, die je in België nergens tegenkomt en waarvan ik dacht dat ze enkel in de films te vinden waren. Telkens merkwaardige verhalen, waaruit ik zoveel inspiratie heb geput.
Ik heb hier zóveel gevoeld, en zóveel gezien…
Maar ik besef nog meer dat dit geen waardig afscheid is voor mijn onbeschrijfelijke ervaring. Ik besef ook dat eenmaal thuis, ik niemand zal kunnen uitleggen wat ik voel, en dat ik spijt zal hebben dat ik niet een laatste poging heb gedaan neer te schrijven wattefuck da hier was.
…
Aftellen. De laatste week van april en de eerste weken van mei heb ik even veel naar mijn kalender gestaard dan naar de rest van het gebeuren. Die heerlijke bloedinfectie had mij letterlijk neergekregen en ik zag het niet bepaald zitten hier lekker uit te zieken in de 43 graden, zonder airco, zonder niks. Ik sleepte mijzelf naar mijn werk, waar ik vocht tegen de misselijkheid. Ik sleepte mij naar huis, waar ik vocht tegen de warmte. Ik voelde mij eenzaam, wanhopig. Het was genoeg geweest. Ik maakte vrijdag de beslissing mijn stage stop te zetten, gewoon omdat ik niet meer kon. Helemaal niet zoals ik had gedacht dat het zou verlopen, en met een slecht gevoel – door het plotse vertrek en de laatste onproductieve weken – ging ik naar huis. En wat zou ik doen…
Maar stilaan ging het beter. Ik kreeg eindelijk de kans te bekomen van mijn ziekte, en stilaan genoot ik opnieuw van alles wat Indisch was. Ik had een heerlijke afscheidslunch op mijn werk, waar ze mij prezen voor het werk dat ik heb verricht. Het ECOSOC proces was hen nooit gelukt zonder mijn aanwezigheid, zo waar :-) (even stoefen is me wel toegelaten he). Waar ik voordien als de dood was voor nog meer dahl, paneer en chapati, ging mijn genezing gepaard met steeds meer goesting naar de Indische keuken. En niet alleen dat. Ik hield meer dan ooit van Seema – onze landlady – en haar familie en bewonderde de kracht die ze hadden zich niet te laten neerhalen door de hartverscheurende dingen des levens, waar zij in de loop der jaren mee waren geconfronteerd. Hoe een mens elke dag een dergelijke glimlach op zijn gezicht kan toveren, zonder dat het geluk aan hun zijde heeft gestaan. Ik heb het gezien van dichtbij, en het is onvoorstelbaar. En dan Richa, mijn 26jarige, vooruitstrevende collega, die zich wentelt in een mix van pure progressiviteit en onbegrijpbare spiritualiteit. Die vecht tegen de conservatieve vooropgelegde maatschappelijke regels en zich te pletter amuseert, zonder haar eigen diepgang te verliezen. Het voelen dat zij haar vleugels meer wil spreiden, maar niet kan door de kleine kooi die Delhi haar biedt. Hasbi… de eeuwige vechter, een leven waarvan je vier bestsellers kan verkopen. Waarvan ik alles heb geleerd over het immigratiesysteem in België en nog meer over opgeven… of net niet, wat dat staat niet in zijn woordenboek.
Stap voor stap begon ik mij opnieuw te hechten, en werd ik mij terug bewust van al het onvergetelijke wat er rondom mij aan het gebeuren was.
En nu zit ik hier dan. We hebben een prachttijd gehad, hier. Ergens de tijd van mijn leven, omdat dit alles zo uniek is geweest, en mij zo hard heeft gevormd. Ik heb stuk voor stuk zo’n prachtige mensen leren kennen. En met elk van heb ik momenten meegemaakt die ik nooit meer wil vergeten. Telkens zo’n intense ontmoetingen, die je in België nergens tegenkomt en waarvan ik dacht dat ze enkel in de films te vinden waren. Telkens merkwaardige verhalen, waaruit ik zoveel inspiratie heb geput.
Ik heb hier zóveel gevoeld, en zóveel gezien…
Naast deze – mijn supperlatieven komen tekort – personen, ben ik ook dingen tegengekomen op macro schaal. India…wat een bron van diversiteit. Overbevolkt. Middeleeuwse praktijken. Extreme rijkdom en schrijnende – Schrijnende- armoede. Overal religie, die ooit zo ontoereikend was, maar die ik één keer heb kunnen voelen, samen met wat het betekent gelovig te zijn. En nog zo-zo-zoveel meer! Mijn hele wereld is verbreed, plots compleet veranderd. Wat ik vroeger dacht, denk ik niet meer en wat ik toen geloofde, blijkt fout te zijn. En ik die dacht dat dit niet meer mogelijk was. Wat heb ik hier veel gezien.
En overmorgen komt een moment dat ik dit alles zal achterlaten, voorgoed. Opnieuw België in, een alledaags, razendsnel leven met zo’n andere prioriteiten, visies en gewoonten. Met zo'n andere mensen. En dat is raar, pijnlijk. Héél pijnlijk. Ik ben zo bang voor de shock die me zal overvallen, de uitdaging is nog niet voorbij…
En dan… Omdat mij dat zo lief is gevraagd… Een klein dankwoordje naar mijn twee huismaatjes toe. Meisjes. Meisjes… We hebben hier samen nogal wat meegemaakt. Extern… samen India en Delhi getrotseerd. En Intern… een manier gevonden om intens samen te leven met onze drie verschillende karakters. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar wat is ons dit goed gelukt! We hebben elkaar dag en nacht meegemaakt, in euforische momenten, op verontwaardigde India-momenten en in ware persoonlijke crisissen. We hebben elkaar overleefd op momenten van honger, PMS, verveling en extreme vermoeidheid, en van elkaar genoten op momenten van extreem geluk, euforie en een gedeeld verdriet om te vertrekken. Wat we met ons drietjes hebben meegemaakt is uniek geweest, en ik denk dat geen buitenstaander dit ooit zal begrijpen. En bij deze, Jasmien en Annelies, ben ik ongelofelijk blij dat ik mijn India ervaring met jullie heb kunnen delen!

Traantje.
BeantwoordenVerwijderenEen sterk afscheidsstuk dat een vaderhartje niet in een keer verwerkt. Gelukkig waren er de vorige postings, zodat we dat alles kunnen plaatsen.
BeantwoordenVerwijderenWat moet er in de koelkast staan? ik ga mogen naar Delhaize.
Haha e goeike!
BeantwoordenVerwijderen